Niet zolang geleden was ik één van de lezenden
en géén schrijfster, absoluut niet.
Niet dat daar iets mis mee is, Oh nee, maar anders
ja, geloof me, dat is héél anders.
Nu ben ik een lezende schrijfster.
Geen schrijvende lezer, Oh nee.
Dat is óók anders, héél anders
En is volgens mij dan ook de kracht
die nodig is om dóór te kunnen geven
wat in mij leeft, wat mij beweegt
zodat U begrijpen zult
wat in mij de schrijvende maakt.
De lezende schrijfster dan nog wel.
Welkom, Suggesties, opmerkingen, synopsissen, verhaaltjes, etc. zijn héél welkom!
Jerryaan
Wie de komende week t/m zaterdag 10-03, mijn boek 'De Polygondor direct bij mij, hier op mijn club besteld of via www.jerryaan.jimdo.com maakt kans op een GRATIS exemplaar. Het hele betaalde bedrag wordt dan teruggestort, inclusief verzendkosten..
Wees er op tijd bij, de week is zo om.
Veel leesplezier!!
Jerryaan
Laatste toegevoegde foto's
| Wilt u deze pagina printen of kunt u deze e-mail niet goed lezen, kopieer dan onderstaande link naar uw browser. http://nieuwsbrief.iwes.nl/index.php?id=MjE5NjM0OTI3NjAw |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Het boek van Jerryaan Melko komt uit | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
De Bowlingseuforie
En dan zijn we binnen. Het bowlingterrein verandert direct in een raar soort kinderspeelplaats, een niemandsland.
De supervisie verdwijnt en het ‘toe-sta-niveau verdubbelt.
Als ze niet aan de beurt zijn rennen ze rond, elkaar achterna zonder elkaar te willen pakken. Eerst wordt er om hun beurt gezeurd: ‘Het duurt te lang, wanneer mag ik nu eens.’ Na verloop van een half uur is dat niet meer belangrijker en moet je ze echt aan hun haren meetrekken, bij wijze van spreken, om ze aan hun beurt te laten deelnemen.
Twee uur is eigenlijk best veel voor de koters en je merkt dan dat de belangstelling voor het spel de ouders gaat intrigeren en al snel hebben ze het spel overgenomen van de kinderen,
Het begint altijd met: ‘Kijk, zo moet je het doen!’ Een paar passen, een bijna perfect uitgevoerde swing en de bal op het juiste moment loslaten. De bal rolt een driedubbele strike, als dat al mogelijk zou zijn en met dat éne moment zijn de kinderen totaal overspeelt.
Met een super-elleboog heen en weer bewegen en pronken als een haan, gevolgd door een ‘potje’ roeren. Dit betekent het einde van het weinige plezier dat de nog overgebleven kinderen er nog in hadden. Met de ‘strike’ verdwenen, in plaats van de noorderzon.
‘Verplicht’ zullen de zogenaamde volwassenen het spelletje toch af moeten maken. Fanatieker dan ooit om elkaar de pan in te hakken. De kinderen daarbij totaal vergeten en aan hun lot overgelaten. Eerst hun spelletje afpakken en ze dan nog wegsturen ook. Dát, mijne dames en heren, is nou bowlingplezier. Wie vindt het nu nog leuk? De kinderen in elk geval niet meer en deze middag was nog wel ‘hún middag’ geweest! De enige optie die er nog opzit is de kinderen zoet kopen met ijs en patat. Kunnen de volwassenen toch het spelletje nog in alle rust afmaken.
Voor de volgende keer alvast: ‘Veel Bowlingplezier!’
(de Me''kolder' tjes, 21-02-2012)
De Wachtkamer 1
De Wachtkamer 1
Ik zie ze denken.
Bij sommige is het echt van de gezichten af te lezen. Tegenover me zit een vrouw, 40 jaar ongeveer. Vrij gezet en de handen ineen gevouwen op haar schoot.
Ik ben gaan zitten naast een vrouw van eind twintig en een wat oudere man, misschien vijftig plus. Ze praten over haar nieuwe huis, maar ik zie en voel haar denken: ‘kom alsjeblieft niet te dicht bij me zitten.’ Je kent dat gevoel wel, net zoals het gevoel dat je hebt als je aangekeken wordt. Dat brandt gewoon in je rug. Enfin. Ze is duidelijk gesteld op haar 'personal space’, zoals het tegenwoordig heet. Vroeger zei men binnenshoofds: 'ik heb geen zin in zijn/haar lucht te gaan zitten.’
Daarom ruik je het overdadig gespoten parfum. De een overspuit de ander.
Af en toe kijkt ze schichtig opzij. Ze is wel een beetje nieuwsgierig naar wat ik aan het doen ben. Aan het opschrijven wat zíj aan ’t doen is, dus. Dat doe ik.
Aan mijn linkerkant word ik geprikt door een plant. De puntbladeren hangen over mijn zitplaats heen. Ik kan dus eigenlijk geen kant op.
Ik zie aan de vrouw naast me dat ze een inbreuk op haar 'P.S.' niet zal toleren.
Naast de andere vrouw, tegenover mij, is een lege stoel. Daarnaast zit een ietwat gezette sjofele man, ongeschoren en was waarschijnlijk niet in staat geweest naast mijn buurvrouw te gaan zitten. Het zal niet de eerste keer zijn dat in zo'n geval er snel een jas en tas op de stoel wordt gelegd, ter voorkoming van zo'n voor haar zeer ongewenste situatie. Er schijnt niets erger te zijn dan overtreding van de 'geur' p.s.
Vandaar ook die lege plek. Maar in dit geval zie ik ze beiden hetzelfde denken.
Tegelijkertijd kijkt de man af en toe stiekem op naar mij om uit te vinden of ik naar hem zit te staren. Hij wil absoluut niet opvallen, maar heeft niet in de gaten dat hij daardoor juist opvalt. Ik was al door een ander onderzoek te laat en wordt geroepen. Ok, ik hoor ze denken: ‘De specialist is al ver overtijd en dan word zij, die net binnenkomt, al geroepen!’ Ik heb atmosferen meegemaakt waarin zo'n situatie ontaarde in een ruzie.
Met ‘net-goed’ gezichten op hun gezichten, verdwijnt de spanning als ik toch nog even moet wachten. Bij: ‘U wordt zo geroepen’, laat de vrouw naast me haar tas weer los, die al die tijd op haar schoot ligt om bij de eerste gelegenheid op ‘mijn’ stoel gelegd te worden. Het’ helaas’
is van haar gezicht te lezen. ‘Net goed’ staat toch wel een beetje blij op de mijne, als ik mijn jas weer op mijn knieën leg. Dat extra wachten neem ik wel op de koop toe.
Kan ik nog even verder kijken.
Ik had bijna toegegeven aan de gedachten van de vrouw, toen er zetels vrij kwamen, maar de mijne vind ik veel leuker: als ik nu toch opsta, zal de vrouw twee dingen denken. a:)‘Zij wil zeker niet naast me zitten.’ Zo’n ben ik te min-gevoel, en b:) ‘Hèhè…zij rook toch al niet lekker, en overdadig. Nu kan ik gauw mijn tas en jas op de stoel leggen.’ Ik kan ook twee dingen denken: 1:) ‘Ik ga gewoon toch maar ergens anders zitten met meer ruimte,’ of b:) ‘Ik blijf lekker zitten, want ik wil niet dat ze denkt dat ik niet naast haar wil zitten.’ Ik en waarschijnlijk de meeste mensen denken in dat geval: ‘Ik houd het wel uit en wil geen verschutting laden.’ Zeker niet als het een buitenlandse van origine is waar je naast zit. Ik de meeste gevallen is het: vooral niet naar elkaar kijken.
Tegen de derde wand, links van me zitten maar drie personen, precies uitgedokterd om en om met een lege stoel. In de bios doen ze het ook. Zo zijn er altijd plaatsen te kort, want opschuiven, homaar! Ook die situatie kent U wel. Of doet U er ook actief aan mee. Ongewild misschien, maar toch! Een telefoon gaat af en de ringtoon gaat door merg en been.
Tergend langzaam wordt het beantwoordt. Om een ander van haar muziekkeuze bewust te maken: ‘Kijk, dit is mijn muziek!’ Ik zie haar denken en zich afvragen wie er gaat reageren op die Arabische tonen. De lippen van de vrouw brabbelen mee met de muziek, alsof het een gebed is. Het is natuurlijk erger als mensen telefonisch in gesprek gaan. Ik kijk om me heen en zie het geduld van de mensen op de proef gesteld worden. Boze blikken vliegen naar de overkant. Ze hopen dat het gezien wordt en dat de persoon in kwestie ineens in de gaten gaat krijgen hoezeer ze overlast aan t plegen is. Grappig hoe hard mensen praten als ze aan de telefoon zijn. De hoge vrouwenstem gaat door merg en been. Niemand verliest zijn geduld en durft er iets van te zetten.
Ikke inclúwies. Dan wordt ze geroepen en druk door brabbelend verdwijnt ze achter de specialist aan en zo blijkt hoe het telefoontje inbreuk pleegde op de sfeer in de wachtkamer.
De stilte, nu ze weg is, slaat in. Wie begint er het eerst te praten?
Een meisje (jonge vrouw) van ongeveer 16 jaar verbreekt de stilte en begint fluisterend een gesprek met haar moeder. Zij zitten tegenover me in de linkerhoek. Al die tijd is het meisje bezig geweest onopvallend te blijven, maar toch wil ze er zeer zeker goed uitzien. Frunniken aan haar kleding en een lipgloss-staafje smeren behoort tot de rituelen. Ietwat verlegen en schichtig kijkt ze om zich heen. Toch heeft zie iets van ‘Heb ik iets van je aan?’ in haar blik als mijn de mijne die van haar kruist. Mijn gedachtegang neemt gedwongen door de gebeurtenissen een complete wending.
Daar is dan die man, Marokkaan waarschijnlijk, als je dat aan een uiterlijk kan beoordelen, en zéker moslim. Dit is niet wéér zo’n bevooroordeeld stukje en van discriminatie is al helemaal geen sprake, tenzij we het gedrag van de man gaan beoordelen.
Hij en zijn vrouw worden geroepen door de vrouweijke arts van iets onder de middelbare leeftijd. De arts wil de man een hand geven die hij zonder meer negeert en gewoon doorloopt het onderzoekskamertje in.
Niemand anders neemt er notie van, geloof ik, aan de gezichten te zien. Alleen ik. Of ze willen het niet zien. Zo zie je dat deze vrouwonvriendelijkheid verder gaat dan die ene, zogenaamd omstreden imam. Dit betekend direct een einde aan mijn ‘normale’ observatiegang.
Ik voelde me, als vrouw, bijna geroepen er iets over te zeggen. Ik kan in veel gevallen gewoon mijn mond niet houden en popel gewoon. Dit zijn de dingen die mijn inburgering als Nederlandse in Nederland niet erg bevordert.
Het is niet leuk om erover na te denken, maar je wordt zo wel gedwongen. Zo is het niet sporadisch wél waar, maar sporadisch niet waar! En dus zeker geen incident op zichzelf.
Dan begin ik te denken aan zijn thuis situatie.
Ik ken een man, loopt in een jurk met puntcapuchon. Zijn vrouw is toevallig één van de ‘gesluierden’. Bovendien op zéér vroege leeftijd uitgehuwelijkt en daarnaast wegens ongehoorzaamheid regelmatig totaal in elkaar getrimd. Hoeveel zijn het er? Vrijwillig gesluierden? Men kan mij toch niet wijsmaken dat dit haar allemaal vrijwillig overkomt. Hebben jullie er wel eens over nagedacht hoe vrijwillig de ‘vrijwillige’ hoofddoekdraagsters eigenlijk zijn? Waar je moet begrijpen dat sommige zelfs, ondanks dat ze aan de buitenkant opgegroeid kunnen zijn met de Nederlandse cultuur, vaak de thuissituatie niet echt Nederlands is. En dat die een onbewuste druk uit uitoefent via vader of moeder, ooms of tantes en zelfs de iets conservatievere buren om wél die hoofddoek te dragen.
Dat ze ‘vrij’ zijn tot de 13e heeft ook weer te maken met het feit dat ze dan uithuwelijkbaar zijn en zodra ‘beloofd’ dan toch aan de hoofddoek zullen moeten geloven. Ik pretendeer niet een expert op dit gebied te zijn. Het lijkt me gewoon het gevolg van normaal en logisch nadenken.
Bovendien is door die niet-Nederlandse jeugd binnensdeurs, een soort vanzelf ontstane hersenspoeling door de omgeving van toepassing, waardoor ze zelf lijken te kunnen beslissen. Ze menen het echt als je ze erover spreekt. Maar vindt maar eens een gehersenspoelde!
Die vind je niet, want niemand geeft toe dat hij/zij gehersenspoeld is. Wel de exen. Die zijn er wel, maar vinden het vaak ‘embarrassing’ c.q. gênant of zelfs gevaarlijk, om uit die kast te komen. Wel een andere dan die ene kast. Vraag het de ex-moslims of degenen die zich met hand en tand verzetten, met gevaar voor hun leven. Er zijn genoeg bekende voorbeelden, maar ik weet niet of ik haar naam zomaar mag gebruiken. Wie kent niet de overbekende bloed- of eerwraak. ‘Saharf’, nietwaar?
Ik ben geen anti-moslim, maar neig tegenwoordig naar ‘anti-geloof-zoals-het-beleden-wordt!’ Kijk maar eens naar die Orthodoxe Joden of zelfs nog Nederlandser: de Streng Gereformeerde Christenen. Daar hebben de vrouwen ook geen recht om deel te nemen in bijvoorbeeld hun politieke partij. Niemand in Nederland die het daar over heeft. 70 jaar geleden zag Nederland er ook vol overtuiging anti-vrouw en gelijke rechten uit.
De zwarte boorden in Nederland mogen hun hand niet in eigen boezem steken, dat is eigenlijk
ook nog lustopwekkend, maar zouden dat eigenlijk wel moeten doen. Zoals de katholieke priesters dat ook niet kunnen en dat dus maar bij anderen doen. In dit geval kinderen.
Dat soort strenge overtuigingen hoort eigenlijk gewoon niet in meer Nederland thuis.
Maar gelukkig hebben we hier wél recht op een eigen mening. En daar maken zij dus ondankbaar ‘misbruik’ van.
Maar bij die extreme gevallen wordt de vernedering en achtergesteldheid van vrouwen maar onder het ‘Sedjader ’geveegd en toegelaten onder de mom van.
Gelukkig zijn dit alleen maar gedachtenkronkels. Net als die van zijn ‘vrijheid’, die hij hier gelukkig voor hem wél mag hebben. Ook al zijn die ‘extreem’.
En ook gelukkig kan hij hier zijn ‘kronkels’ spuien. Zodat men hier ook weet wat er in die kronkelhoofden rondspeelt, wat men aan hen heeft en zodat dit steeds minder achter gesloten deuren gebeurd.
Ik weet ook wel dat het geloof in de goddelijke vorm, gebaseerd moet zijn op de tien geboden.
‘Heb je naaste lief’ en ‘Gij zult niet doden’ komt in elk geloof voor, als ik me niet vergis.
En wie houden zich daar niet aan…? En in naam van Wie...? Tja.
Ik word weer geroepen en het duurt even voordat het tot me doordringt. Met een ruk, een beetje schichtig om me heen kijkend of iemand me heeft ‘zien’ denken, loop ik naar de dokter, schudt haar de hand en ga naar binnen. Waar je al niet aan denkt, zo tijdens het wachten.
Heeft U dat nou ook? Of ben ik echt de enige en alleen in deze.
Straks zit ik weer in de volgende wachtkamer.
Ik ben benieuwd wat er door de hoofden van die mede-wachtenden zal gaan.
Uit de Mel 'kolder' tjes, 24-02-2012
God, wat lelijk…
God, wat zijn ze lelijk, de mensen, lelijk en vies, ja vooral vies.
Stinkend naar scheet en zweet, onder vieze oksels, in de nek en zelfs tussen de benen.
God wat zien ze er uit, de mensen, lelijk en vies, ja vooral vies.
Vet kwabbels, met hier en daar een wild groeiende haar en ‘moedervlek’ of verrotte bult, ‘wrat’ genaamd die daar niet behoort te zijn.
Naar mate de leeftijd vordert krijgen die haren meer en meer de kans om uit alle gaten die het gezicht heeft, de oren en vooral de neus tevoorschijn te komen. . Door die haren blijven losse stukjes snot hangen en veranderen van groen naar donkere bruin ophopend tot er met een gesnuf weer een weg vrij wordt gemaakt. Met verwoede pogingen wordt geprobeerd de haren er met twee vingers uit te trekken. Wat resulteert in een constante neus peuterij. Peuterij heeft gewoonlijk en ook deze keer niets te maken met peuters! In een andere context soms alles met pedofilie, maar daar heb ik het nog wel over.
Het resultaat is een klodder buiten de neus die met de vingers wordt verwijdert en soms heerlijk opgegeten. Kleine zwarte pitjes met, onder de huid een gevuld vetzakje met dode bacteriën dat zich een weg naar buiten wurmt en soms zelfs spetterend tegen de spiegel een landingsplaats vindt. Of anders: rood opknappen staat en wacht om te worden uitgeknepen, met dezelfde vieze neusvingers. De haren in de oren maken het onmogelijk dat de gele stinkbende er zonder wattenstaafje en een spray uit zichzelf uit verdwijnt. Te pas en onpas verdwijnt een pink, met vieze ongeknipte nagel, met een draaiende beweging in het oorgat en komt er vaak niet ongeschonden uit. Niet voorbereidt om de troep netjes op te ruimen wordt de pink met vieze nagel gewoon aan de broek of sok afgeveegd. Hoe het komt weet ik niet, maar het vel wordt overal slapper en rekt uit, plooien ontstaan en als vanzelf ís het daar. Daar tussen de kwabbels: de geur, de zweetkorreltjes, stinkend en rolbaar tussen je vingers. Die nemen gelijk de geur over en na een walgelijke poging van je maag om zich zelf binnenstebuiten te keren raak je aan die geur gewent.
De voortdurende schetenplaag laat niet alleen op de onderbroek een spoor achter. De stank trekt via de billen naar de onderrug verder naar boven. Een geur die niet even met de wc-deo weggespoten kan worden. Hoe het mogelijk is weet ik niet.
De tenen worden omringd door zwart vuil en heeft een stank dat ver buiten de schoenen te ruiken is.
De tenen steeds meer vervormend passen nog net in de schoenen, de knokels schots en scheef. Zweetvoeten in combinatie met grote eeltvlekken resulteert in een onverwijderbare stinkplek. Zelfs het wc-papiertje weet de resten van de kleine behoefte niet helemaal weg te vegen, laat staan de grote en begint zelfs na enkele uren aan de voorkant door te dringen. Een onverklaarbare vislucht hecht zich aan de geslachtdelen alsof het deel uitmaakt van een verrotte emmer vis.
God, wat zien ze er uit, die mensen
De verrotte tanden worden omringd en aangetast door plakkende etensresten die met een tandenborstel niet meer te verwijderen zijn en zo na een tijdje een stinkende geur voortbrengt dat bij het uitademen zelfs de bril door de walm doet beslaan. Het is niet voor niets dat de tandarts een monddoekje voorheeft bij de pogingen tot verwijderen van de gebitsbende: steen en plak genaamd. En een grote bril.
Met mondspray, kauwgum en Listerine is ook de schade niet meer te verhullen.
Uren onder de douche, maanden in bad en jaren scrubben….heeft helemaal geen nut.
Die geuren zijn er met een uurtje weer terug.
God, wat lelijk, die mensen…
Walgend draai ik me weg van de spiegel.
uit 'De Mel 'kolder' tjes' 24-02-2012
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Statistieken
Laatste Forumreacties
Binnenkort Jarig
Dé Afkickmethode
Nu mijn eiogen boek 'De Polygondor' verschenen is, wil ik jullie aandacht vragen voor een ander boek. Het is zoals de titel zegt en beschrijft de afkickstrijd van een alcoholverslaafde die voorgoed van de drank is en ook nog eens, na 35 jaar, met roken is gestopt. Met 'dé Afkickmethode!'
Een niet te missen autobiografisch manuscript.
Binnenkort dus verkrijgbaar!!
Blijf op de hoogte en volg de ontwikkelingen